Nam June PaikNam June Paik

Ik geloof niet in God maar God is een naam dus je kunt het, ook als niet-gelovige, gerust met een hoofdletter schrijven. Vroeger zou ik dat niet gedaan hebben, of ik schreef goden’, zoals in ik geloof niet in goden’. Eigenlijk zou je niks met een hoofdletter moeten schrijven allen het woord U’. Maar wie zegt nog u?

Na 44 jaar in den vreemde werd het plan gesmeed om weer in Nederland te gaan wonen, nadat mijn vriendin tot haar en mijn verbazing daar met success had gesolliciteerd. Naast gevulde koeken zag ik er heel eerlijk gezegd ook wel een beetje naar uit om eindelijk eens als u aangesproken te worden, want in het Engels is het overeenkomstige woord (‘thou’) uitgestorven, tenminste in het Australische Engels.

Toen ik als 14 jarig jongetje met mijn ouders uit Nederland vertrok was ik natuurlijk nog nooit als u aangesproken - misschien een keer schertsend, door de concierge op de St.Wilibrordusschool in Utrecht waar ik de lagere school op de een of andere manier overleefde in de jaren zestig. Toen werd het woord jij’ alleen gebruikt voor je vriendjes op school. Als je het tegen iemand had die ouder was dan jij en die je respecteerde was het gebruikelijk u te zeggen.

Ik zou het bijvoorbeeld niet in mijn hoofd gehaald hebben om je’ of jij’ tegen mijn Oma te zeggen, niet omdat ik bang was dat ze me een standje zou geven, dat deed ze nooit, maar omdat ik tegen haar op zag. Tegelijkertijd was ze óók een soort vriend die je nooit in de maling zou nemen en waar je écht in kon geloven. En dat was belangrijk want in de maling genomen worden was wel zo’n beetje het ergste wat je kon overkomen.

Terug in Nederland en helaas, bijna niemand zegt ooit u tegen mij, maar ik probeer mensen wel altijd met u aan te spreken. Soms kijken ze raar op, bijvoorbeeld bij Albert Hein waar het beeldschone mens dat mijn boodschappen aan het scannen is misschien net 20 is — of nog niet eens: het is net alsof het steeds moeilijker wordt om de leeftijd van jonge mensen in te schatten naarmate je zelf tegen de zestig aan loopt. Zou ze het stiekem toch wel een béétje fijn vinden?

. . .

De vraag is dus : wat zie je als je de ander werkelijk aankijkt maar ik zou liever zeggen, wat ziet u als u de ander werkelijk aankijkt? Want de manier waarop u iemand aankijkt begint eigenlijk niet met de ogen maar in de geest. Of dat nou een check out chick by Albert Hein is of uw geliefde — met respect.

Maar u kunt kan iemand alleen werkelijk zien als ze ook gezien willen worden, en wel door u. It takes two to tango, zegt men in het Engels.

Stel, u kijkt de ander werkelijk aan, en ze willen door u gezien worden. Maar u kunt kijken zoveel als u wilt, u moet ook kunnen en willen luisteren — zet dat er gerust bij. En, u raadt het al, de ander moet ook door u gehoord willen worden.

Laten we het heel even hebben, niet over kijken maar over luisteren. Wij kijken zoveel. Als postmoderne mensen zijn wij kijkers. De TV weet het ook. Maar hoe luister ik? Wat betekent het om te luisteren? Je kunt naar mensen luisteren maar ook naar een boom of een steen. Dan moet je heel stil zijn. Alles wat bestaat spreekt, dat wil zeggen: heeft een stem, al kan die stem soms moeilijk te verstaan zijn. Geeft niet. Luister gewoon. Alsof het muziek is. Wat gebeurt er als je werkelijk luistert?

Toen ik in het ziekenhuis werkte kwam ik bij een man van in de negentig, James, die actief stervende was, zo noemden ze dat. Ze hadden gedacht dat hij misschien een paar dagen te leven, of zelfs minder, maar bijna een week later was hij er nog, als het zijn’ genoemd kan worden. Niemand kwam ooit bij hem op bezoek. Omdat James long kanker had ging het ademen hem - ondanks de zuurstof die via een slangetje in zijn neus kwam - moeilijk af, met veel gerochel en gepiep. De verplegers hadden in zijn kamer de radio waarop The Best of the Sixties Seventies And Eighties’ te horen was keihard aangezet. Ze hadden het moeilijk met dat gepiep van James als ze met hem bezig waren. Ik deed de radio uit omdat ik vond dat er naar hem geluisterd moest worden, al was het maar even. Toen ik een tijdje bij hem had gezeten en geluisterd naar de vreselijke strijd die er in zijn lichaam gaande was, legde ik mijn hand op zijn magere arm en ik zei zachtjes, het is goed zo James. Je kunt gaan nu.

De volgende dag was hij dood.

. . .

Dus u kijkt en luistert werkelijk naar de ander, en deze zegt goed en duidelijk wat ze te zeggen heeft — of niet, maar in ieder geval geeft u ze daarvoor alle tijd en ruimte.

Dan heeft u ook wat. En zij ook.

Maar kijk wel uit want als mensen bevinden wij ons in een een grote leegte, overal is er leegte en zijn er gaten en vaak hebben mensen ook een grote leegte in zich. En wie wil die grote leegte aan iemand laten zien? En trouwens, wie durft daar werkelijk naar te kijken?

Toen ik pas weer terug was in Nederland kon ik er niet over uit dat zoveel mensen een beeld van Buddha in hun raam plaatsen. Soms kijkt hij naar buiten maar meestal naar binnen. Dan zit u daar op de stoel naar de TV te kijken, en die Buddha kijkt naar u — net zoals Nam June Paik dat meer dan 50 jaar geleden zo mooi liet zien.

In het Zen Buddhisme wordt leegte heel mooi gevonden dus aan hem zou u uw leegte gerust kunnen laten zien. Zouden die Buddhas daarom allemaal op de vensterbanken staan? Of waren ze gewoon in de aanbieding by Praxis?

Maar volgens mij zei de Buddha ook zoiets als, je belazert jezelf en daar moet je wat aan doen. Of heb ik dat nou verkeerd?

Johannes Klabbers


nederlands