...

Thursday, September 14, 2017

It is most definitely, insistently, autumn.

From Derwent May’s Nature Notes in The Times yesterday:

Some of the songbirds that were silent in August sing again for a few weeks in September or October, but then fall silent again until the days start lengthening after Christmas. Among these, great tits are particularly noisy, with outbursts of their ringing teacher, teacher” — or ti-teacher, ti-teacher” — song. Song thrushes may shout their song again briefly from the treetops, especially in the late afternoon, and blackbirds may croon quietly in a town square as dusk falls.

Why these birds sing at this time is not known. Some ornithologists believe that it helps the young birds to learn their song. Others think that it is just an insignificant reaction to warm days that seem like spring.

Or maybe the birds are singing because they like singing - and they can? They love to sing. It is what they do best, some of them. Why do birds fly around? Are they always looking for something to eat or a suitable branch on which to rest?

Of om de stilte te verbreken?

Today I posted the following on the University’s Spiritual Care discussion forum in response to the question

Wat is kenmerkend voor geestelijke verzorging vanuit jouw levensbeschouwelijke traditie?”

Alhoewel ik stilte heel mooi vind, zeg ik maar iets om het te verbreken. Soms moet dat in mijn werk als therapeut en geestelijk verzorger ook. Weten wanneer er wel en niet iets gezegd moet worden is daarin erg belangrijk.

Ik heb geen traditie, tenminste niet in de traditionele zin van traditie. Mijn worteling, als het zo geheten mag worden, is in kunst, muziek en literatuur. Alhoewel ik sinds tien jaar geen kunstenaar meer ben, beschouw ik mijn werk met mensen eigenlijk als het maken van een soort kunstwerk. Ook taal, verhaal, en elementen van de muziek, ritme, toon, timbre (en stilte) zijn hierin reuze belangrijk.

Vandaar dit citaat van W.G.Sebald, uit een interview met Piet de Moor in Knack Magazine 1992:

Het troostende van kunst bestaat erin, dat je in een kunstwerk, tenminste als het gelukt is, een vluchtig, zichzelf regulerend evenwicht bereiken kunt.’

In het Engels (meer voor mezelf…): The consolation of art consists of being able to reach, in an artwork, at least when it’s successful, an ephemeral, self-regulating equilibrium.

Zo ook in een session of gesprek.